Gezond aanbod: “Probeer een gevoel van schaarste op te roepen”

Balans en draagvlak zijn de twee sleutelbegrippen bij het op een positieve manier doorvoeren van gezond aanbod. Dat zegt Team:Fit-adviseur Weslie Gerrits. “Die twee kun je eigenlijk niet los van elkaar zien.”

“Als ik bij een vereniging of op een bijeenkomst ben, dan zeg ik altijd: ga op zoek naar de balans”, vertelt Weslie. “Het gaat dan bijvoorbeeld om de balans tussen inkomsten en uitgaven en de balans tussen vraag en aanbod. Je kunt wel heel aanbodgestuurd werken, maar als er geen vraag is, dan werkt het niet. Ook is het belangrijk dat je niet te ver doorslaat in het nieuwe, maar ook niet te veel in het oude blijft hangen. En blijf dicht bij de identiteit van de vereniging. Het is altijd maatwerk, er bestaat geen blauwdruk die voor elke vereniging werkt.”

Heb je de juiste balans gevonden, dan volgt het draagvlak vaak vanzelf. Weslie: “Als de inkomsten en uitgaven niet matchen, dan krijg je geen draagvlak binnen het bestuur, omdat zij de kosten zien stijgen. En als er te veel gezond aanbod komt ten opzichte van de vraag, dan vind je onder je leden geen draagvlak, maar juist weerstand.”

Een goede start kun je maar één keer maken, benadrukt Weslie. “Doe je dat zonder dat je draagvlak hebt en het valt in het begin een beetje tegen, dan maak je een valse start. Het kost je dan veel inspanning om het draagvlak weer terug te krijgen.”

Gezellig en gezond gaan samen

Steeds meer Nederlanders vinden het belangrijk dat er ook gezond aanbod is in de sportkantine, maar tegelijk leven er ook nog veel vooroordelen over wat een gezonde sportkantine is. “Toen ik dit werk net deed had ik een BBQ met vrienden. Ze hadden veel vlees ingekocht en één paprikaspies gemaakt. Die was voor mij. Dat laat goed zien wat de maatschappelijke opvatting is over gezond eten. Mensen zien de kantine vooral als de plek waar het gezellig is en denken dat een verandering van het aanbod in de kantine ten koste gaat van die gezelligheid, maar dat is absoluut niet waar.”

Bruine bolletjes

Weslie raadt verenigingen die een succes willen maken van hun gezonde aanbod aan om met niet te veel verandering te beginnen. “Je kunt beter met één nieuw gezond product starten en daar extra veel aandacht aan geven dan tien dingen half doen. In de sportkantine worden veel broodjes verkocht, vaak op een wit bolletje. Maak eens een eerste stap door een broodje gezond aan te bieden op een bruin bolletje. Of neem tosti’s: die worden veel verkocht in kantines. Vaak is dat zo’n diepvriesding, maar je kunt prima zelf tosti’s maken (en invriezen) met ander, gezonder brood. En probeer ook een gevoel van schaarste op te roepen. Je kunt beter beginnen met vijf gezonde tosti’s die in een kwartier verkocht zijn dan met vijftig tosti’s waarvan je er vijftien of twintig verkoopt.”

Het is de weg van de geleidelijkheid die het vaakst tot succes leidt. “Een topsporter doet er ook niet één week over om goud te winnen op de Olympische Spelen”, maakt Weslie een mooie vergelijking. “Dat is een kwestie van jaren trainen. Je bent niet in één keer op topniveau, dat gaat stapje voor stapje.”

Trial & error

Valkuilen zijn er ook als je op een positieve manier gezond aanbod door wilt voeren. “De grootste valkuil is dat je te ambitieus bent, te snel wilt. En dat je niet de tijd neemt voor trial & error. Je moet wel blijven proberen. Ik spreek weleens een vereniging die zegt: ‘We hebben fruit geprobeerd, maar dat werkt hier niet, dat doen we niet meer.’ Dat is zonde. Kijk eerst eens waarom het niet werkte. Vroeg je er te veel voor, deed je het op het verkeerde moment? Als iets niet meteen aanslaat betekent het niet dat het geen succes kan worden.”

Weslie noemt het voorbeeld van het Sportbedrijf in Leeuwarden dat een enquête afnam om te vragen wat mensen van de gezonde sportkantine vinden. “Zestig procent was hier positief over. Naast de vraag wat er aan gezonde keuzes toegevoegd kan worden  werd er ook gevraagd wat echt moet blijven. De AA Drink bleek erg te worden gewaardeerd. Dit is een drankje met veel suiker, maar als dat erg populair is, moet je het niet gelijk als eerste uit het assortiment halen. Blijf AA Drink aanbieden en zet intussen vooral in op het gezondere alternatief.”

Weslie geeft verenigingen tot slot nog een overweging mee. “De sport ontwikkelt zich enorm, maar in de kantine is er in de loop der jaren niet heel veel veranderd. Ooit is daar een keuze in gemaakt en daar zijn verenigingen in blijven hangen. Stel je als vereniging de vraag; ’Wil je een veredelde snackbar blijven die tien soorten snacks aanbiedt of maak je toch een andere keuze?’ Vervang in dat laatste geval eerst eens twee van de tien snacks voor gezonde keuzes, dan houd je er nog steeds acht over en heb je toch een gezonder aanbod.”